TESO-stoomboot Marsdiep (1926)

Nadat TESO in 1908 De Dageraad laat bouwen, is het in 1926 tijd voor een tweede nieuwbouwschip. De Marsdiep vaart 30 jaar voor TESO en is nog tot de jaren 90 in de vaart als tankcleaner in de Rotterdamse haven.

Zijaanzicht TESO-zijlader Marsdiep (1926)

Het casco van de Marsdiep werd gebouwd door scheepswerf De Merwede in Hardinxveld-Giessendam en de machines zijn geplaatst door Machinefabriek Verschuren in Amsterdam. De stapelloop bij De Merwede vond plaats op 8 december 1925.

Afmetingen

De hoofdafmetingen van de Marsdiep (1926) zijn 40 meter x 6,78 meter x 3 meter.

Capaciteit

Het schip heeft een capaciteit voor 4 of 5 eenheden en 600 passagiers.

Voortstuwing

De Marsdiep (1926) is uitgerust met een Triple-stoommmachine (373 PK).

De Marsdiep was uitgerust met een 3-cylinder-triple-machine en een cylindrische ketel met een verwarmend oppervlak van 115 m2. Tijdens een proefvaart op het Noordzeekanaal blijkt de Marsdiep 10,36 mijl per uur te varen. De kracht van de machine werd vastgesteld op 373 PK. De voormast had een draagvermogen van 300 kg, het totale laadvermogen van de Marsdiep bedroeg 150 ton. Het voordek voorzag in ruimte voor 3 of 4 auto’s.

Op 11 mei 1926 kwam de Marsdiep via de Zuiderzee voor het eerst aan in Den Helder, afkomstig van de machinefabriek in Amsterdam. Vanuit Texel werd daarna de officiële proefvaart gehouden en werd het schip goed bevonden door TESO.

Tijdens de oorlog

De Marsdiep wordt op 5 september 1939 gevorderd door de Koninklijke Marine. Op de eerste Nederlandse oorlogsdag – 10 mei 1940 – vaart de Marsdiep naar Den Helder. Alle passagiers dragen zwemvesten omdat er veel luchtaanvallen zijn in de buurt, gelukkig wordt het schip niet getroffen. Vrij snel na de bezetting wordt de Marsdiep ingenomen door de Duitse Wehrmacht. De Wehrmacht zet het schip in de eerste oorlogsmaanden zelf in, voornamelijk vanuit Wieringen.

De rest van de oorlog verloopt relatief rustig voor de Marsdiep, al is er een constante dreiging van luchtaanvallen en drijven er gevaarlijke mijnen rond Texel. Vlak voor de bevrijding wordt er nog hevig gevochten op Texel. Wehrmachtsoldaten van Georgische afkomst komen op Texel in opstand tegen hun Duitse Nazi-leiding. Tijdens deze ‘Russenoorlog’ beschieten de Georgiërs op 6 april 1945 Oudeschild.

Bij die aanval loopt de Marsdiep zware averij op en zinkt het schip half. Op 15 april kan de Marsdiep weer gelicht worden en wordt het schip door de Duitse bezetter naar de werf in Den Helder gesleept. Na de oorlog werd de stoomboot snel hersteld en kwam de Marsdiep op 27 juli 1945 weer in de vaart voor TESO.

Zeeland

De Marsdiep wordt vanaf 27 oktober 1945 ingezet door de Rotterdamse Tramweg Maatschappij (RTM), uitbater van verschillende veerdiensten in Zeeland en Zuid-Holland. In juni 1946 keert de Marsdiep weer terug naar Texel. Na de Watersnoodramp van 1953 helpt de Marsdiep tijdelijk in Zeeland met evacuatietochten.

Verkoop

In september 1955 mocht de Marsdiep nog een laatste keer de dienst overnemen, toen de Dokter Wagemaker naar de werf ging. Op 4 januari 1956 wordt de Marsdiep overgedragen een Rotterdamse reder. Het schip werd overbodig bij TESO door de komst van de nieuwe zijlader De Dageraad (1955). Na een lange carrière als veerboot gaat de Marsdiep een nieuw avontuur tegemoet: als tankcleaner in de Rotterdamse haven. De stoommachine wordt in de jaren 70 vervangen door een dieselmotor. Het schip raakt in de jaren 80 in onbruik en wordt in 1996 gesloopt.

Alle foto’s van de Marsdiep (1926)