Veerboot Koningin Wilhelmina (1960)

Als Opoe ging de veerboot Koningin Wilhelmina door het leven op Texel, vanwege de hoge leeftijd van dit schip uit 1927. Ondanks de leeftijd was het schip voor TESO een redding. Al kon de voormalige Zeeuwse koplader slechts gebruikt worden als zijladingsveerboot.

Zijaanzicht TESO-enkeldekker Koningin Wilhelmina (1960)

De Koningin Wilhelmina (bouwjaar 1927) was de eerste kopladingsveerboot voor de TESO, maar werd slechts gebruikt als zijlader wegens het ontbreken van geschikte aanlegsteigers. De veerboot werd in 1960 overgenomen van de Provinciale Stoombootdiensten in Zeeland (PSD). De stapelloop van het schip vond in juni 1927 plaats in Krimpen aan de Lek. Het schip werd door de PSD ingezet op de veerdienst Vlissingen-Breskens.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Koningin Wilhelmina een van de weinige inzetbare PSD-schepen. Het schip is meermaals beschoten door gevechtsvliegtuigen, tijdens overtochten tussen Kruiningen en Perkpolder. De vluchtende Duitse bezetter nam de Wilhelmina in 1944 mee naar Duitsland. Na de oorlog werd de veerboot teruggevonden in Hamburg en terug naar Zeeland gevaren.

Afmetingen

De hoofdafmetingen van de Koningin Wilhelmina zijn 53,47 meter x 12,42 meter x 3,95 meter.

Capaciteit

Het schip heeft een capaciteit voor 42 vervoerseenheden en 2.500 passagiers (in 1927). De veerboot had een rijdek van 457 m².

Voortstuwing

De voortstuwing van de Koningin Wilhelmina is diesel-mechanisch. De hoofdmotoren bestaan uit 2x Smit-M.A.N. (type R 506) die de schroeven direct aandrijven.

In Zeeland heeft Koningin Wilhelmina na de oorlog voornamelijk gevaren op de veerdienst Kruiningen-Perkpolder. Door de komst van de eerste ‘Prinsessenboten’ bij de PSD raakte de Koningin Wilhelmina overbodig en werd de veerboot verkocht aan TESO. De verkoopprijs van de veerboot bedroeg 400.000 gulden en TESO moest daarna ook nog in de buidel tasten voor het geschikt maken van de ferry voor de zijladingssteigers in Den Helder en Oudeschild. Op 5 mei 1960 wordt het verkoopcontract getekend en begin juni 1960 komt de Wilhelmina in de vaart voor TESO.

De Koningin Wilhelmina was een welkome aanwinst in de TESO-vloot, waar het vlaggenschip de Dageraad uit 1955 was. Eerst werd er met de Koningin Wilhelmina gevaren op Oudeschild, maar na het gereedkomen van de veerhaven van ’t Horntje werd dat de nieuwe aanlegplaats. Bij ’t Horntje werd gebruik gemaakt van de zijladingssteiger.

De Zeeuwse veerboot had een rijdek van 457 m², zonder zijgangen. De doorrijhoogte was over het gehele rijdek hetzelfde. Het rijdek was gesitueerd rond een middenkolom met de trappen en diverse leidingen. De veerboot had dus in het midden onderbroken rijdek.

Nadat de Marsdiep (1964) en Texelstroom (1966) in de vaart kwamen, werd overwogen de Wilhelmina zo aan te passen dat ze in de nieuwe fuiken zou passen. Hier werd omwille van de kosten vanaf gezien.

Op 2 juli 1967 vertrok de Koningin Wilhelmina naar de sloper. De romp van de veerboot werd behouden en gebruikt als ponton voor drijvende kranen.

Alle foto’s van de Koningin Wilhelmina