TESO-zijlader Dokter Wagemaker (1934)

In 1934 vernoemt TESO een schip naar haar oprichter, de Texelse huisarts Adriaan Wagemaker. De arts was een jaar eerder overleden en was het sleutelfiguur tot de eigen veerdienst. Het schip vaart nog tot in de jaren 60 voor TESO.

Zijaanzicht TESO-zijlader Dokter Wagemaker (1934)

De Dokter Wagemaker werd in 1934 gebouwd op de werf van Wilton-Fijenoord in Rotterdam. Het schip is vernoemd naar de grondlegger van TESO, dokter Wagemaker. De stapelloop van de Dokter Wagemaker vond plaats op 29 maart 1934. Op 17 mei 1934 werd proefgevaren op de Nieuwe Maas en de Nieuwe Waterweg. Op 24 mei vonden er proeftochten plaats op het Marsdiep en het zeegat Texelstroom. De nieuwe zijlader is goed bevonden en komt twee dagen later in de vaart voor TESO. Op 17 juni 1934 wordt een speciale vaartocht gemaakt met de nieuwe veerboot naar Terschelling. Dit valt in de smaak en de tocht wordt herhaald op 7 augustus.

Afmetingen

De hoofdafmetingen van de Dokter Wagemaker (1934) zijn 47,65 meter (52,6 meter na de verbouwing) x 8,31 meter x 3,20 meter.

Capaciteit

Het schip heeft een capaciteit voor 8/10 vervoerseenheden (na de verbouwing 20 eenheden) en 1000 passagiers.

Voortstuwing

De oorspronkelijke aandrijving ging via een stoommachine, naderhand is een Werkspoordiesel ingebouwd (diesel-mechanisch).

Het schip is ontworpen door dhr. Schouten van scheepsbouwkundig bureau M.A. Cornelissen en vertoont gelijkenissen met de drie nieuwe PSD-zijladers die in 1933 in de vaart kwamen. Ook die schepen werden ontworpen door Cornelissen. De Dokter Wagemaker was echter uitgerust met een stoommachine, in de plaats van de dieselmechanische voortstuwing van de Zeeuwse zusjes. De machine is een verticaal direct-werkende triple expansiesysteem met drie cilinders. De stoom wordt geleverd door een enkelzijdige Schotse stoomketel van 124m2.

Oorlog

De Dokter Wagemaker wordt op 5 september 1939 gevorderd door de Koninklijke Marine, maar de veerboot vaart ook geregeld nog voor TESO. Na de Duitse inval ligt de veerdienst enkele dagen stil, maar daarna kan er weer een geregelde dienst worden gevaren. Goed mis gaat het op zondag 6 oktober 1940. Die dag wordt de Dokter Wagemaker getroffen door een bom, waarbij een TESO-bemanningslid kwam te overlijden.

De veerboot wordt in Amsterdam hersteld en daar ook uitgerust met een systeem ter bescherming tegen magnetische mijnen. Bij terugkomst in Oudeschild ontploft er een mijn in de buurt van de Dokter Wagemaker, waardoor het schip weer averij oploopt. De rest van de oorlog komt de Dokter Wagemaker relatief ongeschonden door.

‘Russenoorlog’

Waar de laatste oorlogsweken voor veel gebieden van Nederland niet erg intensief waren, barst op Texel een venijnig offensief uit. ‘De Russenoorlog’, is de Eilander benaming voor deze oorlogs-episode. Op Texel was een Duitse Wehrmacht-eenheid gelegerd, met voornamelijk Georgiërs, in de plaats van Duitse militairen. Deze Georgiërs vochten voor Duitsland, maar kwamen op Texel in opstand tegen hun leiding.

De Georgiërs openen op 6 april 1945 de beschietingen op Oudeschild, waarbij de Dokter Wagemaker de haven net op tijd kan verlaten en ongeschonden blijft. De volgende dag ontploft een bom in Den Helder, waar de Dokter Wagemaker aan de steiger lag. Hierdoor ontstaat er zware schade aan de Wagemaker, die pas na de bevrijding weer in dienst komt.

Verlenging

In 1952 wordt de Dokter Wagemaker in Harlingen met 5 meter verlengd. De capaciteit voor auto’s stijgt door de verlenging tot 20 auto’s. Tijdens de verbouwing werd ook de stoommachine vervangend door een Werkspoordiesel van 450 pk. De diesel was van het type TMAS 276430. Wel werd een kleine stoomketel gemonteerd in de machinekamer, omdat bijvoorbeeld de ankerwinch nog aangedreven werd met stoom.

Op 6 december 1963 wordt de Dokter Wagemaker overgedragen aan Rederij Doeksen. Het schip ging bij Doeksen door het leven als Schellingerland, de opvolger van de Zeeuwse Schellingerland. Doeksen zat in de problemen omdat de PSD aangegeven had dat de zijlader Oosterschelde (1933) niet meer te huur was in 1964. De Oosterschelde had jarenlang in de zomer gevaren voor Doeksen. TESO had juist een overschot aan veerboten doordat de Marsdiep (1964) spoedig in de vaart zou komen.

Doeksen vaart nog tot begin jaren 70 met de Schellingerland, waarna de voormalige Dokter Wagemaker in april 1974 via een tussenpersoon voor de sloop verkocht wordt. Het schip eindigt in 1975 bij Stolk’s Handelsonderneming in Hendrik Ido Ambacht, de sloper van heel wat Nederlandse veerboten.

Alle foto’s van de Dokter Wagemaker (1934)