Veerboot in schaapskleren (6)

Deze rubriek behandelt steeds een wolf veerboot in (Texelse) schaapskleren. Vandaag kijken we naar de Zeeuwse ferry Prins Johan Friso in een TESO-jasje.

We gaan terug naar het einde van de jaren 90. Op Texel is het duidelijk dat de veerboot Molengat binnen afzienbare tijd aan vervanging toe is. In Zeeland is net een nieuwe dubbeldeksveerboot in gebruik genomen, de Prins Johan Friso. Op dat moment is al bekend dat de Westerscheldetunnel ergens tussen 2002 en 2004 geopend gaat worden en de nieuwe veerboot dan overbodig is.

In de plaats van een nieuwe veerboot bouwen gaan er op Texel stemmen op om een Zeeuwse veerboot te kopen. Niet zo’n gek idee, aangezien de Zeeuwse dubbeldekkers ongeveer dezelfde afmetingen hebben als de TESO-veerboot Schulpengat. Technisch gezien lijkt de Prins Johan Friso echter meer op de Dokter Wagemaker. Beide schepen zijn uitgerust met vier Azimuth-thrusters in de plaats van Voith-Schneiders zoals de Schulpengat.

Dokter Wagemaker Prins Johan Friso
Bouwjaar: 2005 1997
Werf: Koninklijke Schelde Groep Koninklijke Schelde Groep
Lengte: 130,4 meter 113,6 meter
Breedte: 22,70 meter 19,15 meter
Diepgang: 4,05 meter 4,73 meter
Dienstsnelheid: 11 knopen 15,4 knopen
Maximumsnelheid: 15,7 knopen 16,6 knopen
Passagiers: 1750 1000
Voertuigen (eenheden): 300 210
Machines: 4x Caterpillar a 1800kW 4x Stork-Wärtsilä a 1655 kW
Voortstuwing: 4x thrusters (1800 kW) 4x thrusters (1500 kW)
Verbruik per overtocht: 350 liter (11 knopen) ± 220 liter (bij 11 knopen)
Bouwkosten: 36,3 miljoen euro (2005) 31 miljoen euro (1997)

De Prins Johan Friso is vergeleken met de TESO-dubbeldekkers een ontzettend snel schip. Dit komt omdat de veerdienst Vlissingen-Breskens met een fuik-tot-fuik-afstand van 6,55 kilometer een stuk langer is dan de veerdienst naar Texel met 4,78 kilometer. Toch hadden beide veerdiensten eenzelfde soort dienstregeling, waarvoor de Zeeuwse schepen dus sneller moesten varen.

Zeeuwse zuinigheid

Een voordeel voor TESO om voor de Prins Johan Friso te kiezen was het brandstofverbruik. De Molengat en de Schulpengat verbruiken per overtocht zo’n 300 liter brandstof. De Prins Johan Friso verbruikt ook ongeveer 300 liter per overtocht, maar bij een flink hogere dienstsnelheid (15,7 knopen versus 11 knopen). Zou het Zeeuwse schip op Texelse snelheden varen dan is het verbruik ook minder.

Een koopje

Ook de prijs van de Zeeuwse veerboot was gunstig. In 2003 is de Prins Johan Friso samen met zusterschip Koningin Beatrix verkocht voor 12,75 euro aan een Italiaanse reder en in 2004 daadwerkelijk geleverd. Wanneer we aannemen dat beide schepen dezelfde prijs hadden, komt dat uit op 6.375.000 euro. Een koopje, als je weet dat het schip 6 jaar eerder voor 31 miljoen euro gebouwd werd.

Zijaanzicht TESO-veerboot Dokter Wagemaker en PSD-veerboot Prins Johan Friso

Toch nieuwbouw

TESO besluit voor nieuwbouw te kiezen en kiest daarbij voor een dubbeldekker van een groter type: de Dokter Wagemaker. De nieuwe veerboot wordt afgebouwd bij scheepswerf Koninklijke Schelde Groep (KMS) in Vlissingen. Op dezelfde werf lopen in 1993 en 1997 de PSD-zusterschepen Koningin Beatrix (KMS-bouwnummer 375) en Prins Johan Friso (KMS-bouwnummer 382) van stapel. De Prins Johan Friso is hierboven op schaal weergegeven naast de Dokter Wagemaker (KMS-bouwnummer 396).

Meepraten kan op de Twitterpagina van Schulpengat.nl.
Lees eens de scheepsbiografie van de veerboot Dokter Wagemaker (2005).

You may also like...